Electrabel in Franse handen
Vlaams Belang-gemeenteraadslid Julien Librecht had reële bedenkingen bij het openbaar bod van Suez op Electrabel. Bij de voorbereiding ervan had hij de BEL-20-index eens aandachtig bekeken en hierbij stelde hij vast dat, sinds de lancering in 1991, er van het lijstje van de belangrijkste beursgenoteerde aandelen er al een derde verdwenen is. Van die aandelen ging er één naar Nederland, één naar Duitsland en alle andere, zonder uitzondering, naar Frankrijk. Royal Belge ging naar Axa, de GIB supermarkten gingen naar Carrefour, Petrofina ging op in Total, de Generale Maatschappij werd opgeslokt door Suez, Tractebel werd opgeslokt door Suez, Powerfin werd opgeslokt door Suez en nu is het de beurt aan Electrabel.
De ING-bank berekende dat van de kapitalisatie die de beurs van Brussel in 1995 nog had, intussen de helft is overgegaan in vreemde handen. Van die helft is 4% naar Duitsland, 8% naar Nederland en 88% naar Frankrijk.
Julien Librecht confronteerde de gemeenteraad met deze gegevens en voegde eraan toe dat hier geen sprake meer is van een werking van de vrije markt, maar dat het gewoon gaat om een buitenlandse (hoofdzakelijk Franse) strategie met al de gevolgen van dien voor de Vlaamse gemeenten, de Vlaamse welstand en vooral voor de Vlaamse werkgelegenheid (denk maar aan DHL).
De meerderheid antwoordde hierop laconiek dat 'men dit goedkeurde omdat iedereen het doet'. Uiteraard is dat niet de stijl van het Vlaams Belang dat volmondig tegenstemde.
Uit: Vlaams Belang Krant januari 2006